Wat is de transparantieplicht uit de AI Act?
De transparantieplicht is de regel uit artikel 50 van de EU AI Act dat mensen moeten weten wanneer ze met een AI-systeem te maken hebben in plaats van met een mens. Voor een chatbot op je website is dat het kernpunt: een bezoeker moet meteen begrijpen dat hij met een digitale collega praat. Het draait om eerlijkheid, niet om een waslijst aan techniek.
De plicht zit op het niveau van de interactie, niet van de bedrijfsvorm. Het maakt dus niet uit hoe groot je organisatie is of welk systeem eronder draait. Praat een bezoeker met AI, dan moet je dat kenbaar maken.
Voor wie geldt artikel 50 precies?
Artikel 50 richt zich op iedereen die een AI-systeem inzet dat rechtstreeks met mensen communiceert. Een zorginstelling die een chatbot op de website plaatst, valt daar dus onder. De verplichting is niet zwaar: je hoeft geen rapporten in te dienen of certificaten aan te vragen, je moet alleen helder zijn over wat de bezoeker voor zich heeft.
Belangrijk om te scheiden: dit is iets anders dan de zware hoog-risico-verplichtingen waar veel mensen zenuwachtig van worden. Een algemene informatie-chatbot die geen triage, diagnose of behandeladvies geeft, is geen hoog-risico-systeem. De transparantieplicht is de lichte, redelijke kant van de wet.
Sinds wanneer geldt dit en wat is de stand van zaken?
De Autoriteit Persoonsgegevens houdt in Nederland mede toezicht op de AI Act. Volgens de uitleg van de Autoriteit Persoonsgegevens geldt de AI-geletterdheidsplicht uit artikel 4 al sinds februari 2025, en is de transparantieplicht uit artikel 50 onderdeel van hetzelfde kader. De zwaardere hoog-risico-verplichtingen zijn via de zogeheten Digital Omnibus juist uitgesteld (standalone hoog-risico naar 2 december 2027, AI in gereguleerde producten naar 2 augustus 2028).
De boodschap daaruit is rustig en duidelijk: voor een gewone informatie-chatbot is transparantie nu al de norm, terwijl er geen reden is om in deadline-stress te schieten over de zware categorieën.
Hoe voldoe je er praktisch aan met een websitechatbot?
De plicht laat zich vertalen in een paar concrete keuzes in het ontwerp van de chat. Een digitale collega die het goed doet, laat zich kennen als digitale collega.
- Label het zichtbaar. Zet bij de start van het gesprek een korte mededeling dat de bezoeker met een AI-assistent praat, in gewone taal.
- Wees eerlijk over de grenzen. Maak duidelijk dat de collega algemene informatie geeft en geen triage, diagnose of behandeladvies. Dat hoort bij de toon, niet in de kleine lettertjes.
- Toon de bron. Een grounded chatbot antwoordt uitsluitend uit goedgekeurde bronnen en kan tonen waar het antwoord vandaan komt. Dat maakt transparantie tastbaar in plaats van een belofte.
- Schakel makkelijk door naar een mens. Als iets er niet in staat of een oordeel vraagt, verwijst de collega de bezoeker zichtbaar naar een medewerker.
Deze aanpak sluit aan bij hoe een chatbot voor je website hoort te werken en bij de manier waarop je cliënten en verwijzers netjes te woord staat. Wil je weten waarom de bronkeuze hier zo belangrijk is, lees dan hoe de Wegwijzer alleen goedgekeurde informatie gebruikt.
Hoe past dit in een breder AI-beleid?
De transparantieplicht staat zelden op zichzelf. Naast artikel 50 vraagt artikel 4 dat medewerkers voldoende AI-geletterd zijn, zodat ze begrijpen wat de digitale collega wel en niet doet. Daarnaast riep de IGJ zorgaanbieders in februari 2025 op om zorgvuldig om te gaan met de invoering van generatieve AI. Dat zijn geen losse eisen, maar onderdelen van één verantwoorde manier van werken.
Voor het bredere plaatje, denk aan AI-beleid, geletterdheid en een onderbouwde invoering, kun je terecht bij Implementa voor advies en begeleiding. Zo wordt transparantie niet een vinkje, maar een vanzelfsprekend onderdeel van hoe De Wegwijzer bij jou draait.
Over de auteur
Arjan Woldring is oprichter van Implementa en maker van ImpliTeam, en helpt zorgorganisaties om AI verantwoord en aantoonbaar binnen de regels in te zetten.